
CIO 3.0 Voorman van ict?
Tekst Vincent Lageweg
Vincent Lageweg is redactielid Od
De ict is al jaren op drift. Dat weet iedereen die in de informatie- en communicatietechnologie werkt. De veranderingen gaat zo snel dat Karin Zwiggelaar en Antoon van Luxemburg (beiden principal adviseur bij M&I/Partners) aanleiding zagen om hun werk CIO 3.0 – Leiden met digitale transformatie 7 jaar na de eerste uitgave in een hernieuwde druk uit te brengen.
De kern van hun verhaal is dat de ict een essentieel businessonderdeel is geworden en niet meer slechts een ondersteunende functie binnen de kantoorautomatisering. Klantwaardecreatie, gedreven door innovatie, gaat volgens hen niet meer zonder een vervlechting tussen business en ict. De CIO zal daarin van een betrouwbare beheerder een strategische innoveerder moeten worden, die de business begrijpt en voorman van de ict is.
Koffiedik
Zwiggelaar en Van Luxemburg openen hun boek met drie beknopte hoofdstukken waarin deze essentie meermaals herhaald wordt. Het begint met een analyse van de grote, disruptieve ontwikkelingen van onze tijd. Deze wereldwijde veranderingen nopen organisaties tot een permanent innovatief bedrijfsmodel om de steeds wispelturigere klant aan zich gebonden te houden. De analyse van Zwiggelaar en Van Luxemburg is niet echt vernieuwend. Iedereen die de ontwikkelingen in het vakgebied (en het nieuws) volgt, ziet hetzelfde gebeuren. De toekomstbeelden die ze schetsen voelen soms wat kolderiek aan, zoals de voorspelling dat vanaf 2030 ‘de grenzen tussen mens en machine beslecht worden door steeds intelligentere samenwerking, waardoor er “technologische supermensen” kunnen ontstaan’ (p. 32). Het lijkt mij dat in een zo snel ontwikkelend vakgebied deze voorspellingen net zo zeker zijn als koffiedik kijken.
Theoretische handvatten
Het meest interessante deel van het boek is het derde hoofdstuk, waarin Zwiggelaar en Van Luxemburg uiteenzetten hoe wat hen betreft de CIO zich in deze ontwikkelingen moet positioneren. Ze rijken een aantal zinvolle theoretische handvatten aan hoe je de ict en CIO als leider daarvan in de organisatie kunt neerzetten. Het enige jammere daarbij is dat het boek vooral voor marktpartijen geschreven is. Het doel is het innovatieve businessmodel, waarmee een klant aan een bedrijf gebonden moet worden om omzet en winst te genereren. Aan grote delen heeft de I-professional bij het rijk dan ook niet zo veel. Het boek is gewoonweg minder goed van toepassing op organisaties met een maatschappelijke functie. Latere delen over de positionering van informatiemanagement of de rol van architectuur zijn dan weer wel interessant.
Consultancytaal
Het is jammer dat het boek een bijna naadloze aaneensluiting is van consultancytaal. Abstracte passages met veel Engelse terminologie volgen elkaar ruim 230 pagina’s op. Zo moet de architectuur ‘leiden tot meer snelheid, efficiency, en een grote business agility (…) zodat sneller zakelijk handelen of een snellere time-to-market mogelijk wordt (…)’ (p. 156). Net zo jammer is dat de meest inspirerende delen – concrete voorbeelden van bedrijven die het goed doen – steeds schaarser worden naarmate het boek vordert. Kortom: CIO 3.0 heeft zeker een aantal zinvolle delen, maar ook veel die je kunt overslaan. Als je de achterflap van het boek goed leest, heb je eigenlijk het meeste al te pakken.