Doordachte digitale strategie
Dromen van op waarden gebaseerde keuzes

Albert Meijer is hoogleraar publieke innovatie bij de Universiteit Utrecht en leidt de groep Public Management. Hij is een expert op het gebied van bestuur in de informatiesamenleving.
Tekst André Plat en Vincent Lageweg
André Plat en Vincent Lageweg zijn redactieleden Od
Data en digitalisering veranderen het openbaar bestuur fundamenteel. Besluitvorming wordt steeds meer beïnvloed door algoritmen, en overheden worstelen met vraagstukken rond gegevensbeheer, transparantie en ethiek. Hoogleraar publieke innovatie Albert Meijer reflecteert op deze ontwikkelingen, bespreekt de balans tussen technologie en politiek en belicht de noodzaak van een doordachte digitale strategie. Hoe zorgen we voor verantwoord en effectief datagebruik in de samenleving?
In 2015 hield je je oratie bij de aanvaarding van je hoogleraarschap. Daarin ging je in op het concept Smart City en het nut van toepassing van data in het openbaar bestuur. Hoe kijkt je 10 jaar later terug op het verhaal van toen? ‘Toen ik die oratie schreef was het hele debat rondom de vraag of techniek stedelijk bestuur kan vormgeven vrij technocratisch. Dat er ook morele waarden aan kleven, was het punt van de oratie. Er is een veel sterker politiek-bestuurlijk perspectief ontwikkeld over de rol van techniek in stedelijk bestuur. Techniek wordt niet meer gezien als iets wat leidend is, maar wat besturing behoeft.’
Bij welke trajecten ben je nu concreet betrokken? ‘Voor het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zijn we bezig met een code voor goed digitaal bestuur, bij Rotterdam zit ik in de algoritmische adviesraad, provincies Utrecht en Zuid-Holland bewegen zich ook op dit terrein. Ik heb daarnaast geprobeerd dit thema academisch te onderleggen, onder andere met meerdere artikelen over algoritmisering en innovatie. Daarnaast wil ik dit thema ook voor een breed publiek toegankelijk maken en houd ik vaak lezingen. Ook de ambtenaren die met informatievoorziening bezig zijn, de lezers van Od, behoren tot dit publiek.’
‘VAAK WORDT OOK OVERDREVEN HOE GOED DATA ZIJN’
Er is een verbetering in aandacht. Zijn we al bewust bekwaam, of nog bewust onbekwaam? ‘Er zijn verschillende hoopvolle signalen. Zo gaat het bijvoorbeeld in de gemeente Rotterdam goed. De gemeenteraad daar is er actief mee bezig. Bij andere overheidsorganisaties is het besef van het belang van techniek in openbaar bestuur nog niet overal geland. Daar wordt het vaak nog iets van bedrijfsvoering of CIO gezien.’
Als je naar het gegevensbeheer en de hoeveelheid data kijkt, heeft er dan een explosie plaatsgevonden? ‘Er zijn zeer veel gegevens beschikbaar. Er wordt ook steeds meer beschikbaar gemaakt en ontsloten. Aan de andere kant gaat de ontwikkeling van een algoritmeregister heel traag. De aanwezigheid van deze data heeft de ruimtelijke ordening nog niet radicaal veranderd. De juiste data bij elkaar brengen is nog erg ingewikkeld. Vaak wordt ook overdreven hoe goed de gegevens zijn en wat je ermee kunt doen. Vaak zijn gegevens incompleet, achterhaald of niet goed gemetadateerd.’
Is dat niet verbeterd in de afgelopen 10 jaar? Nee, in het data- en systeembeheer zit nog te weinig verbetering. Er wordt vaak gesproken over complexiteitsreductie of het uitfaseren van legacysystemen. Daar zit minder vooruitgang in dan gedacht. Vaak wordt er gekozen voor een nieuw systeem met een nieuwe belofte. Het beheer dat bij de data hoort, is vaak nog onvoldoende. Heel veel gegevens zijn niet goed digitaal toegankelijk. Je zou bijvoorbeeld willen dat burgers met een algoritme actief openbaar gemaakt informatie kunnen opzoeken. Vaak is die informatie niet digitaal toegankelijk, dus kan dat algoritme die informatie niet vinden.’
Beweegt er dan niets de goede kant op? ‘De politiek-bestuurlijke sturing van digitalisering staat meer op de radar. Dat is een verbetering. Dat we nu weten dat vooroordelen een probleem vormen, hebben we gelukkig in kaart. Burgers en verschillende groepen hebben ook meer inspraak. Een decennium geleden was ik hoopvoller dat het maatschappelijk middenveld meer gezamenlijk sturing zou kunnen geven aan het openbaar bestuur. Daarin is nog te weinig gebeurd. Het bedrijfsleven ontwikkelt zich heel sterk, de overheid ook, maar de burger zelf doet niet heel actief mee.’
‘DE BURGER ZELF DOET VAAK NIET HEEL ACTIEF MEE’
De wereld is erg complex geworden. Kunnen we dit verwachten van burgers? ‘Er is inderdaad sprake van een enorme complexiteit. Sinds mijn oratie zijn er twee ontwikkelingen: de afhankelijkheid van Big Tech is enorm geworden. Die bedrijven zijn dus ook in politieke zin machtiger geworden. Het is daarom belangrijker geworden daar keuzes in te maken. Het gaat tenslotte om onze eigen soevereiniteit. Dat betekent niet dat we Europese Big Tech moeten creëren, maar een betere balans tussen staat, markt en maatschappelijk middenveld.’ ‘Ik geloof dus niet dat burgers van alles verstand moeten hebben, de overheid heeft een democratisch mandaat om een sterke positie te vervullen in de inzet van technologie. Den Haag heeft bijvoorbeeld een stadskamer, in Amsterdam is er de Waag-society. Dit zijn initiatieven die waardevol zijn. De verbinding tussen de drie domeinen, markt, overheid, burger, is dus essentieel.’ ‘Wat ik ook belangrijker ben gaan vinden is de relatie tussen digitalisering en duurzaamheid. Digitalisering kan bijdragen aan duurzaamheid. Zo werkt Utrecht met data aan de circulaire stad. Tegelijkertijd kosten data veel elektriciteit, net als het trainen van Generatieve AI. Digitalisering moet dus ook door deze langetermijnbril bekeken worden.’
‘DE ECHT GROTE PROBLEMEN ZIJN GEEN INFORMATIEPROBLEMEN’
Hoe kijk je naar desinformatie? ‘Dat desinformatie zo’n grote rol is gaan spelen, heb ik niet zien aankomen. In mijn oratie kwam dit ook weinig aan de orde. Op het moment dat de publieke sfeer zo is georganiseerd dat niemand ter verantwoording kan worden geroepen, gaat de hoeveelheid kliks tellen. Dat is de logica van de data. De kwaliteit of waarheid van de informatie is daarin niet leidend. Codes, statuten, waarden, hoor- en wederhoor zit niet in de logica van de datamarkt. Platforms hebben geen verantwoordelijkheid over de inhoud. Hierdoor kan het raarste nepnieuws floreren.’ Stelling: data eens gepubliceerd, altijd gepubliceerd. ‘Dat is waarschijnlijk wel zo. Aan de andere kant, er is ook een overschotprobleem. Hierdoor kun je niet meer alles terugvinden. Het is moeilijk relevante informatie te vinden omdat er zo veel is. Het niet-verwijderen van data leidt vaak ook niet tot schandalen. Er ontstaat gewoon een datamoeras.’
Hoe moeten data dan goed worden gebruikt? ‘Er is een politieke visie nodig op het gebruik van data in het openbaar bestuur. Dan moeten er keuzes worden gemaakt. Als je die keuzes volgt, gebruik je data goed. Dat kan bijvoorbeeld zijn om oude data juist op te schonen, of bepaalde data gericht in te zetten. Er is daarbij meer aandacht voor het handwerk en beheer nodig, want dat is heel belangrijk.’ Waar staan we over 10 jaar? ‘Ik droom van een mooie democratische betrokkenheid en op waarden gebaseerde keuzes bij de verdere digitalisering, waarin we minder afhankelijk zijn van Big Tech en een goede maatschappelijke samenwerking hebben.’