Meerjaarplannen overheden

Verplichting of aanzet tot meer?

Tekst Bart Hekker en Vincent Lageweg

Bart Hekkert en Vincent Lageweg zijn redactielid Od

Vorig jaar analyseerde de redactie van Od de meerjarenplannen (MJP’s) informatiehuishouding en openbaarmaking van het rijk, het Interprovinciaal Overleg (IPO), de Unie van Waterschappen en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Voor de periode 2026-2030 hebben de overheden hun MJP’s geactualiseerd. Met een oplegger wordt zowaar ingezet op meer samenwerking. De redactie van Od duikt erin.

Eerst de samenwerking. In 2024 kwam het ACOI met het advies Alles is niets. Hierin adviseert het om te komen tot meer samenhang en een betere samenwerking rondom openbaarheid en informatie­huishouding. In een oplegger bij de MJP’s zeggen de overheden dit te onderschrijven en geven zij aan waar men samenwerkt en hoe die wordt ingevuld. Zo komt er in 2026 een gezamenlijke visie op zowel de informatiehuishouding als de openbaarmaking. Praktischer bepalen de overheden samen de datum van openbaarmakingsverplichting van de informatiecategorieën, komt er een afwegingskader rondom betekenisvol openbaar maken en werkt men aan een gezamenlijke richtlijn voor de openbaarheidsparagraaf.

‘BIJ HET RIJK HEEFT OPENBAARHEID HET VOOR DE TWEEDE KEER OP RIJ GEWONNEN VAN INFORMATIEHUISHOUDING’

Meerjarig

Voor de informatiehuishouding werken de overheden samen om een meerjarig implementatieplan Archiefwet 20XX vorm te geven, worden kaders gestandaardiseerd en is er aandacht voor de overheidsbrede technische voorzieningen archivering e-mail en tekstberichten. Hier wordt ook ingezet op gezamenlijk inkopen (doen we dat nog niet? Het antwoord is nee) en ligt de focus op soevereine voorzieningen (dat gaat de komende jaren steeds belangrijker worden!). Hoewel DUTO alweer even bestaat, lezen we nu eindelijk terug dat gewerkt wordt aan overheidsbrede eisen aan informatiesystemen om vernietiging beter te kunnen toepassen. Nieuw is ruimte voor innovatie. In de eerste helft van 2026 zullen de overheden een innovatieagenda opstellen, waarin aandacht is voor de modernisering van de digitale werkplek, de rol van AI, soevereiniteit en dit alles in samenhang met de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS). Naast deze inhoudelijke items hebben de overheden aandacht voor meer kennisontwikkeling, gezamenlijke monitoring en indicatoren en worden de financiën meer met elkaar in lijn gebracht. De oplegger geeft een grote ambitie weer. Hoe vullen de overheden dit in binnen hun eigen MJP?

Rijk: wordt er geleverd?

Bij het rijk heeft openbaarheid het voor de tweede keer op rij gewonnen van informatiehuishouding. De titel is wederom Meerjarenplan Openbaarheid en Informatiehuishouding Rijksoverheid (zie voor het contrast bijvoorbeeld die van het IPO). De Woo voert duidelijk de boventoon, terwijl het deel over informatiehuishouding het meest concreet en veelbelovend is. Op het gebied van de Woo zijn de ambities namelijk relatief vaag. Er moet ‘meer aandacht komen voor de samenhang tussen alle thema’s rondom een open overheid’, ‘breder worden ingezet op het informatierecht van de burger’ en ‘publieksvriendelijkheid en het belang van de samenleving staan voorop’. Wie kan daarop tegen zijn? Er is een aantal concrete lichtpunten: zo is het afwegingskader betekenisvolle openbaarheid echt een nuttig instrument. Ook het inzetten op de dejuridisering van Woo-verzoeken is een goede richting. De kwantitatieve doelen, zoals het aantal betekenisvolle dossiers dat actief openbaar gemaakt moet worden (één is de ambitie), is dan helaas weer laag. De doelen bij de passieve openbaarmaking zijn al een stuk concreter en praktischer. Daar heeft het rijk meer aan. Het is wel de vraag of elk jaar 15 procent meer Woo-verzoeken binnen de tijd afhandelen haalbaar is, aangezien we binnen drie jaar tijd (2022-2025) van 27 procent naar 32 procent zijn gegroeid.

‘WAT OPVALT BIJ HET IPO IS DAT DE WOO DE KAPSTOK IS WAARAAN ALLES IS OPGEHANGEN’

Generieke oplossingen

Bij informatiehuishouding is het met smart wachten op een aantal generieke oplossingen die al jaren beloofd is. In 2026 moeten dan eindelijk e-mailarchivering, chatberichtarchivering en Zoek en Vind 2.0 er komen. Als dit lukt, helpt dit de departementen enorm. De meest interessante informatie is helaas verbannen tot de bijlage: de governance, concrete doelen en tijd na het programma. Hier is de informatiewaarde het hoogst. Dit zou het hoofddeel moeten zijn! Enkele essentiële vragen blijven nog onbeantwoord: hoe houden we de juiste bestuurlijke aandacht na 2026 vast en wat gebeurt er bijvoorbeeld met het Leerhuis Informatiehuishouding? Het dekkingsvoorstel gaat pas in 2026 naar de ICBR (https://ap.lc/FizZA). Pas als de poet verdeeld is, weten we hoe het er echt uit komt te zien.

Provincies: IHH op orde is een illusie

Wat opvalt aan het Meerjarenplan Digitale Informatiehuishouding van het IPO is dat ook hier informatiehuishouding de kern lijkt te vormen, maar de Woo de kapstok is waaraan alles is opgehangen. Inhoudelijk staat er een aantal sterke punten in: het MJP is expliciet van toepassing op zowel documenten als data, die koppeling is er bij het rijk niet. Daarnaast heeft het IPO een visie voor de komende jaren neergezet. De visie is grotendeels een herhaling van reeds bekende thema’s, maar bevat twee zeer zinvolle uitgangspunten: allereerst de waardegedreven informatiehuishouding is een goede, principiële keuze. En niet meer alles willen beheren, maar alleen de informatie met waarde. Sterk dat het plan stelt dat de IHH op orde brengen een illusie is. Ook is de koppeling met NDS zinvol, scheelt andere ambtenaren veel werk. Put daar gerust uit! Verder kenmerkt de rol van het IPO zich vooral door zaken te faciliteren waar eigenlijk weinig collega’s echt iets aan hebben: informeren, delen best practices, monitoren, stimuleren kennisdeling en handreikingen en instrumenten maken. Het IPO gaat dus niets doen om ook maar een document daadwerkelijk beter op te slaan. IPO stelt dat veel kan worden opgelost door gezamenlijke inkoop en collectieve oplossingen. Regel dat dan! Tot slot zijn de geformuleerde doelen concreet, maar is de manier waarop de 12 provincies daaraan gaan voldoen of invulling geven nergens beschreven. Het hoe blijft volledig ongewis. Bij het hoofdstuk informatiehuishouding baart de tabel over de voortgang van de meetindicatoren grote zorgen. De provincies zijn óf elk jaar nóg bewuster onbekwaam, of we gaan achteruit.

‘HELAAS IS ER WEINIG CONCREETS AAN DE MAATREGELEN VANUIT DE UNIE VAN WATERSCHAPPEN’

Waterschappen: concreet?

De Unie van Waterschappen stelt in haar meerjarenplan een uitgangspunt centraal: ‘Het concreet ontwikkelen van bruikbare producten en het stimuleren dat onderdelen die aantoonbaar functioneren tot standaard worden verheven’. Zeker dit laatste punt lijkt een link te leggen met ‘standaardisering’ in de oplegger. Eerst het goede nieuws: de waterschappen behandelen veel Woo-verzoeken binnen de termijn, maar liefst 89 procent. Maar er valt nog wat te verbeteren, want contact met de verzoeker vond in 2025 slechts in 42,8 procent van de gevallen plaats. Een ander goed punt is de samenwerking met de VNG en de IPO rondom de gezamenlijke monitoring. Dat hierbij de indicatoren gelijkgetrokken zijn zien we terug in alle MJP’s van de organisaties. Helaas is er, ondanks het uitgangspunt aan het begin, weinig concreets aan de maatregelen vanuit de Unie van Waterschappen. Ja, er wordt ingezet op kennis delen, maar hoe die kennis dan geborgd wordt is niet duidelijk (het wordt gedeeld op het kennisplatform Diwanet, bij bijeenkomsten Woo-coördinatoren en via Teamsomgevingen, tja). Er wordt ingezet op gezamenlijk aanbesteden van informatiesystemen, maar hoe en met welke (gezamenlijke?) eisen is onduidelijk. Vermoedelijk zal de reeds bestaande samenwerking met de VNG en IPO verder worden versterkt om echt concrete producten te kunnen opleveren.

‘VOLGENS DE VNG IS BEWUSTWORDING RONDOM OPENHEID EN TRANSPARANTIE BIJ BESTUURDERS CRUCIAAL’

VNG: focus op informatiehuishouding

Waar de focus van de VNG ligt, is duidelijk in de titel van haar MJP te zien: Strategisch meerjarenplan digitale informatiehuishouding 2026-2030. Openbaarmaking kan alleen met grip op informatie als basis. De VNG is aan het begin al duidelijk dat het ‘hoe’ niet in dit MJP zal worden geschetst. Daarvoor zal in 2026 een uitvoeringsplan worden opgesteld. Wel stelt de organisatie een aantal thema’s voor die gelden als focuspunten. Allereerst ‘Transparantie als norm’. Volgens de VNG is bewust­wording rondom openheid en transparantie bij bestuurders cruciaal en moeten bestuurders het goede voorbeeld geven. Een tweede focuspunt is het ‘opnieuw vormgeven van processen’: de huidige werkprocessen komen uit de papieren. We moeten deze processen opnieuw vormgeven om werk eenvoudiger te maken, dienstverlening te verbeteren, tijd te besparen en kosten te drukken. Een laatste focuspunt is ‘informatiebewust vakmanschap’: ambtenaren moeten bewust omgaan met informatie bij creatie, opslag, samenwerking, en publicatie. Waar het gaat om openbaarmaking laat de VNG zien dat, hoe groter de aantallen Woo-verzoeken, hoe minder binnen de termijn worden afgehandeld. Zo hebben gemeenten met maximaal 25 Woo-verzoeken per jaar deze in 87 procent van de gevallen binnen de termijn afgehandeld. Bij meer dan 125 is dat slechts 51 procent. Eenzelfde beeld zien we bij gemeenschappelijke regelingen. De VNG roept op om meer in te zetten op contact met de verzoeker (waarschijnlijk verwijzend naar het advies van het ACOI).Het MJP is voor de VNG de verplichte juridische basis voor de strategische keuzes openheid en informatiehuishouding. Het wordt pas echt interessant wanneer het ‘hoe’ is uitgewerkt in het uitvoeringsplan.

Alle meerjarenplannen zo te bezien, lijken deze toch vooral visie uit te dragen. Visie op meer samenwerking en meer samenhang. En is dat erg? Nee zeker niet! Het is cruciaal om eindelijk als overheden meer gezamenlijk op te trekken. De uitdagingen en vraagstukken binnen openbaarmaking en de informatiehuishouding zijn vaak hetzelfde. Het is eigenlijk verwonderlijk dat samenwerking en samenhang niet bij de inwerkingtreding van de Woo (of eigenlijk al bij die van de huidige Archiefwet) als centraal uitgangspunt geldt. Het is natuurlijk ook complex en veel. Jaren van bezuinigen op informatiebeheer, het uitblijven van innovatie en het missen van centrale regie hebben hun sporen nagelaten. De MJP’s gaan de benodigde verandering niet teweegbrengen, maar de verschillende uitvoeringsplannen en actieplannen, samen met een NDS en onder toeziend oog van het ACOI kunnen wel eindelijk een doorbraak betekenen. Toch? Aan het aantal organisaties dat volgens de MJP’s aan de IHH werkt zal het niet liggen. Dat zijn er te veel om op te noemen. Misschien is het een idee om te beginnen dat eens simpeler te maken.

Deel dit artikel

Inhoud