Open overheid als blijvende opgave
Plv. directeur Open Overheid Jolein Baidenmann
Jolein Baidenmann ziet de bouw van een centrale infrastructuur voor openbare informatie als een belangrijke prioriteit
Tekst Pieter Verbeek
Beeld Bart van Vliet
Dat het programma Open Overheid aan het einde van dit jaar formeel wordt afgerond, baart Jolein Baidenmann geen zorgen. Als plaatsvervangend directeur van het programma Open Overheid bij BZK kijkt zij vooral vooruit. ‘Het thema open overheid heeft 1 november 2025 een vaste plek gekregen in de organisatie,’ zegt ze. ‘Ook daar moeten we opgave- en verandergericht blijven werken.’
Volgens Jolein Baidenmann is het stoppen van het programma vooral een administratieve stap. De inhoudelijke beleidswerkzaamheden gaan onverminderd door. ‘Voor ons verandert er eigenlijk niet zo veel,’ stelt ze. ‘We blijven werken aan dezelfde opgaven: openbaarheid en open overheid, maar nu binnen de directie Publieke Dienstverlening en Digitalisering.’
Twee wensen voor de lange termijn
Met het oog op 2035 heeft Baidenmann twee wensen. De eerste is een centraal loket voor open overheid: één toegangsportaal tot alle online platforms. ‘Nu bestaan er nog te veel verschillende voorzieningen naast elkaar. ‘Dat is niet overzichtelijk.’ Haar tweede wens is fundamenteler. Het concept open overheid moet beleidsmatig zo stevig zijn vastgelegd dat voor iedereen duidelijk is wat het inhoudt en wat de samenleving ervan mag verwachten. ‘Open overheid moet overal zijn ingebed en breed bekend zijn, zowel binnen de overheid als daarbuiten.’ Het werk van een beleidsverantwoordelijke voor open overheid rust volgens haar op drie pijlers. ‘Ten eerste los je concrete problemen op binnen het bestaande beleid. Binnen de kaders lopen we tegen knelpunten aan: beleid dat lastig uitvoerbaar is, of nieuwe inzichten die vragen om aanpassing.’ Daarnaast zijn er de reguliere beleidsmatige taken. ‘We werken bijvoorbeeld aan de evaluatie van de Wet open overheid (Woo) en hebben recent gekeken naar de opbrengsten van de openbaarmaking van beslisnota’s. Dat hoort bij het dagelijks werk van een beleidsafdeling.’ De derde pijler is vernieuwing: het verder ontwikkelen van het concept open overheid zelf. ‘Open overheid is relatief nieuw. We zijn nog aan het ontdekken wat werkt en wat niet.’ Een voorbeeld waarin probleemoplossing en vernieuwing samenkomen, is de afhandeling van Woo-verzoeken. Baidenmann ziet dat informatieverzoeken al snel in een juridisch proces belanden. ‘Zodra een Woo-verzoek wordt ingediend, gaan er termijnen lopen en treden vaste procedures in werking. Dan trek je zo’n vraag meteen een juridische hoek in.’ Het zou helpen om sterker in te zetten op een tussencategorie. Eentje die bedoeld is voor mensen die informatie zoeken die niet online te vinden is, maar die vanuit constructieve samenwerking tot een wenselijke uitkomst willen komen. ‘Iemand wil gewoon geholpen worden en vindt het prima om met de overheid te kijken wat er mogelijk is. Daar hoeft geen Woo-verzoek voor te worden ingediend.’ Als zulke vragen buiten het juridische kader kunnen worden afgehandeld, kan dat veel opleveren. ‘Het draagt bij aan een betere relatie tussen overheid en burger. Er komen nu veel vragen in dat juridische circuit terecht die je ook op een andere, meer informele manier kunt oplossen.’ Voor journalisten of onderzoekers, blijft de Woo vanzelfsprekend een belangrijk instrument. ‘Maar voor zo’n tussencategorie hoef je de wet niet te wijzigen. Dat kun je met elkaar organiseren, en het kan uitvoeringslast wegnemen.’
Naast het proces rond verzoeken verandert ook de manier waarop informatie openbaar wordt gemaakt. ‘We zijn lange tijd vooral bezig geweest met openbaarmaking op zich,’ zegt Baidenmann. ‘Nu zetten we de volgende stap: informatie moet ook bruikbaar en betekenisvol zijn.’ Het gaat dus niet langer om zo veel mogelijk documenten online zetten, maar om gerichte keuzes. ‘Met betekenisvol bedoelen we informatie die daadwerkelijk waarde heeft voor de samenleving. Met bruikbaar gaat het om informatie die praktisch of economisch kan worden benut.’ BZK wil niet eenzijdig bepalen wat ‘bruikbaar’ en ‘betekenisvol’ precies betekent. ‘Dat moeten we samen met de overheden definiëren,’ benadrukt Baidenmann. ‘Daar werken we met elkaar aan. De inzichten moeten aan het eind van het eerste kwartaal leiden tot beleid waarin we uitleggen wat we daaronder verstaan.’ In ieder geval gaat het om dossiers die burgers raken en waar maatschappelijke, politieke of media-aandacht voor is. Tegelijk vraagt het altijd om maatwerk. ‘Een gemeente of provincie weet zelf het beste wat in de eigen omgeving betekenisvol is. Dat kan het rijk niet bepalen; het hangt sterk af van de context.’ Als voorbeeld van bruikbare informatie noemt ze data die in een app worden gebruikt, zoals een strooioverzicht. ‘Waar is al gestrooid bij gladheid en waar nog niet? Dat is informatie die je op een manier inzet die echt toegevoegde waarde heeft. We willen sterker inzetten op het verbeteren van de dienstverlening rond openbaarheid.’ Vernieuwing ontstaat in samenwerking met maatschappelijke partners. ‘Beleid bedenk je niet vanuit een ivoren toren. Je wilt het samen doen met universiteiten, bedrijven en maatschappelijke organisaties.’
Prioriteiten voor komend jaar
Het aankomend jaar ziet Baidenmann de bouw van een centrale infrastructuur voor openbare informatie als een belangrijke prioriteit. ‘In de generieke Woo-voorziening komen alle officieel openbaar gemaakte stukken samen. Dat is een eerste stap richting een centraal loket voor open overheid. Het traject is complex en kent hobbels, maar dit platform staat de komende anderhalf jaar echt bovenaan de agenda.’ Een cruciaal moment wordt de evaluatie van de Woo. Baidenmann merkt dat soms het beeld bestaat dat BZK open overheid zou willen beperken. ‘Dat vind ik jammer, want niets is minder waar. We zijn juist zeer bevlogen om open overheid een fundamenteel onderdeel van de moderne democratie te laten zijn.’ Wat er ook verandert, één ding staat voor haar vast. ‘We gaan met hetzelfde enthousiasme en dezelfde inzet door,’ besluit Baidenmann. ‘Ook nadat het programma Open Overheid formeel is beëindigd.’