Hoe duid je technologische ontwikkelingen in de taal van de werkvloer?

Tekst Klaas Jan Mollema

Klaas Jan Mollema is docent ict en onderzoeker ict en burgerschap bij De Haagse Hogeschool

Elk decennium worden medewerkers op de werkvloer geconfronteerd met nieuwe termen. Data-gedreven werken is daar een recent voorbeeld van. Eerder waren dat buzzwords als intranet, kennismanagement, Big Data, Metaverse en blockchain: begrippen die plotseling opdoken in beleidsdocumenten en pas later hun weg naar de werkvloer vonden. Kenmerkend voor deze termen is dat ze zeer breed zijn en dat er van alles onder lijkt te vallen.

Terminologie brengt vaak veel verwarring. Vaak is die technologie-gedreven of komt uit een vakgebied als marketing, management of sociale studies. Termen die voelen als nieuwe wijn in oude zakken. Al zit er vaak ook een nieuw element in verweven dat het toch net even wat anders maakt. Personen die in de materie zitten introduceren de termen in gesprekken of praatjes, alsof ze voor iedereen direct duidelijk zijn. Daar ontstaat bij veel mensen ‘mist’ in de communicatie. En vragen… Wat is het? Waarom hoor ik dit voor het eerst? Wat betekent het voor mijn werk? Het kan daarom helpen om termen te duiden wanneer je erover schrijft of spreekt: termen vertalen naar de werkvloer en de betekenis ervan in de dagelijkse praktijk voorkomt een hoop verwarring.

‘VAAK IS DIE TECHNOLOGIE-GEDREVEN OF KOMT UIT EEN VAKGEBIED ALS MARKETING OF MANAGEMENT’

DATAtheater

Recentelijk paste ik dat vertalen toe in DATAtheater. De gemeente Den Haag organiseerde in het kader van de Wet open overheid ‘Festival voor de toekomst’. Thema: data(gedreven werken) en AI. Initieel stonden vooral sprekers gepland die expert zijn op datagebied en technische uiteenzettingen van een tool of een beweging gaven. Een geograaf met specifieke kaartdata. Een ethicus over privacy en juridische implicaties. Logische sprekers, maar zulke verdiepende praatjes zijn niet altijd te begrijpen door medewerkers van een organisatie die pas net de materie leren kennen. Voor de doelgroep niet-experts bedacht ik een optreden met de titel DATAtheater. Toegankelijk, niet-technisch theatercollege over data. Met anekdotes die iedereen herkent en concrete voorbeelden. Met uitleg van termen en de duiding ervan en concrete implicaties voor het dagelijks werk/leven. Het optreden werd gewaardeerd. Ik deel hier graag hoe DATAtheater tot stand kwam.

Terminologie die ‘mist’ veroorzaakt

Om de werkvloer mee te krijgen in het gedachtegoed van het nieuwe topic moet je de taal van de lezer/luisteraar spreken. Vaak genoeg wordt een nieuwe tool of ontwikkeling in jargon gepresenteerd. Termen waarvan verondersteld wordt dat elke medewerker ze wel kan plaatsen. Maar dat is niet het geval, waardoor jargon het verhaal over het eigenlijke onderwerp verwarrend maakt. Dit soort presentaties schieten hun doel voorbij voor de gemiddelde medewerker. Jammer. Vaak kan een simpele uitleg juist voor begrip, interesse en draagvlak zorgen. Jargon gebruik in presentaties gebeurt af en toe doelbewust als ‘mist’-methode van de spreker die zelf ook niet helemaal weet waar het over gaat. Vaak is het echter helaas onbewuste overschatting van de luisteraar. Het vooraf verdiepen in het kennisniveau van de luisteraar en je verhaal hierop aanpassen is dan ook echt een kunst.

Goede duider van terminologie?

Zelf heb ik me laten inspireren door de theatervoorstelling van Lieven Scheire over artificial intelligence (Scheire, 2024). Scheire is comedy- en televisiemaker, presentator en wetenschapscommunicator. Een slimme jongen die echt wel goed in de materie zit. Valkuil voor hem zou zijn dat hij op te complexe wijze uitlegt hoe AI ons leven beïnvloedt en zo zijn zaal kwijtraakt. Ik genoot van de manier waarop hij zijn verhaal bracht. Scheire meed geen vaktermen, maar gebruikte ze en legde ze uit. Hij duidde moeilijke concepten door ze te koppelen aan situaties die voor iedereen herkenbaar zijn. En hij demonstreerde veel. Iemand anders die zich op dit vlak begeeft is Bas Haring. Hoogleraar publiek besef van wetenschap aan de Universiteit Leiden. Of zoals hij het zelf noemt: ‘professor in de snapkunde’. Haring is sterk in het heel simpel uitleggen van complexe zaken. Nadat ik met DATAtheater op de bühne had gestaan ontdekte ik zijn nieuwe boek Hoe leg ik dit uit? (Haring, 2025) waarin hij ingaat op wetenschapscommunicatie en welke vormen je hiervoor kunt gebruiken. Ik noem enkele dingen uit zijn boek en benoem hoe ik ze ook al toepaste in mijn DATAtheater.

‘EEN SIMPELE UITLEG KAN IN VEEL GEVALLEN JUIST VOOR BEGRIP, INTERESSE EN DRAAGVLAK ZORGEN’

Eindconclusies construeren

Haring legt de nadruk op heel basale fysieke aspecten van de vorm waarmee hij communiceert. Het maakt nogal uit welk medium je kiest voor je uitleg (tekst, beeld, doen, beleven). Zelf koos ik voor DATAtheater de vorm van een theatercollege: heel visueel college geïllustreerd met herkenbare anekdotes voor de verbinding met eerdere kennis. Daarnaast gaat Haring er vanuit dat je het onbekende altijd moet uitleggen via het bekende. In zowel mijn colleges als DATAtheater zoek ik naar het gedeelde kennisniveau van mijn doelgroep, om hierop mijn verhaal te funderen. Haring benoemt dat je er onverstandig aan doet om je eindconclusies te communiceren, maar in plaats daarvan je beter het publiek kunt helpen om die eindconclusies te construeren. In mijn ogen wordt vaak, vanwege tijdsgebrek in sessies, direct op de diepe inhoud ingegaan. Maar – zoals Haring verder schrijft – in je communicatie wil je juist informeren over de term, mensen interesseren voor de inhoud, de inhoud relevant maken, de inhoud tastbaar maken en gedrag veranderen.

‘KOPPEL DE TERM EN DE UITLEG ERVAN AAN IETS HERKENBAARS UIT DAGELIJKSE WERKZAAMHEDEN’

Stilstaand beeld

In zijn boek breekt Haring een lans voor stilstaand beeld in plaats van geanimeerde uitleg. Beeld geeft overzicht in onoverzichtelijke verzamelingen feiten. Het kan processen weergeven. En beelden zijn vaak stapsgewijs opgebouwd (denk aan een schoolbord wat gevuld raakt tijdens een les). In DATAtheater maakte ik gebruik van beeld om een tijdreis te maken door 45 jaar technologie, om stapsgewijs het ontstaan van de termen ‘data-gedreven werken’ en ‘AI’ te duiden. Ook benadrukt Haring dat de mens graag leert door ‘dingen te doen’. Laat je publiek zelf een experiment bedenken en uitvoeren, om erachter te komen hoe iets in elkaar zit. Maar hij benoemt ook dat het vertellen van verhalen vaak al voldoende kan zijn. Anekdotisch ‘bewijs’ in verhaalvorm pas ik veelvuldig toe in mijn lessen en tijdens DATAtheater.

BEGIN NIET VANUIT EEN VOLDONGEN FEIT JE VERHAAL, MAAR LAAT DE LUISTERAAR OP BASIS VAN JE VERHAAL ZELF DE CONCLUSIE TREKKEN’

Hands-on tips

Op basis van mijn paar decennia als docent en spreker plus de theatershow van Lieven Scheire en het boek van Bas Haring deel ik nog wat hands-on tips:

  • Verdiep je vooraf in het kennisniveau van de luisteraar/lezer. Voorkom dat je op basis van aanname een jargon gebruikt wat niet iedereen kan volgen.
  • Werk vanuit voorbeelden die iedereen kent. Het bestelproces en de orderafhandeling bij McDonald’s is een dankbaar voorbeeld om bijvoorbeeld business intelligence en data-gedreven werken uit te leggen.
  • Gebruik de technische termen en een uitlegzin daarbij. Voorbeeld: door de inzet van een API, software­matige toegangspoort tot een leverancier van data, kunnen we live data op de kaart aanbieden.
  • Maak duidelijk wat het betekent voor je luisteraar(s). Koppel de term en de uitleg ervan aan iets herkenbaars uit dagelijkse werkzaamheden.
  • Spreek met enthousiasme, authentiek en uit eigen ervaring. Wanneer je vol passie vertelt wat nieuwe technologie jou bracht en hoe het kan bijdragen aan anderen, wek je interesse op voor de complexiteit ervan.
  • Laat je publiek zelf de eindconclusies construeren. Begin niet vanuit een voldongen feit je verhaal, maar laat de luisteraar op basis van je verhaal zelf de conclusie trekken. Desnoods interactief.
  • Laat je publiek iets doen om er vervolgens van te leren. Door een kleine oefening (iets op je telefoon doen bijvoorbeeld) ervaart het publiek iets, waarna je de eindoplossing kunt demonstreren. Vertellen van een anekdote kan ook voldoende zijn.
  • Inventariseer eerst de opinie van het publiek, voordat je de feiten presenteert en dan pas vraagt wat mensen ervan vinden. Hoe werkt u nu al? Hoe zou u willen werken? Op basis van de antwoorden samen toe-redeneren naar eindconclusies.
  • Verhalen zijn krachtige instrumenten. Werk anekdotisch. Persoonlijke ervaring delen werkt!

DATAtheater is een instrument om data-gedreven werken te introduceren op de werkvloer. Zie Datatheater.nl voor meer info.

Deel dit artikel

Inhoud