Tekst Martijn Kortier
Martijn Kortier is advocaat Intellectuele eigendom, ict-recht en privacy bij Elferink & Kortier Advocaten

CABR en de Archiefwet

Vorig jaar schreven wij over de waarschuwing van de Autoriteit Persoonsgegevens tegen online openbaarmaking van het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR), omdat dit volgens de AVG niet is toegestaan. De minister koos tijdelijk voor inzage via beveiligde computers in de studiezaal van het Nationaal Archief. Een later wetswijziging moest uitkomst bieden, maar er was flinke kritiek. Inmiddels ligt een aangepast voorstel voor. Dit voorstel probeert twee zaken te regelen. Ten eerste biedt het een duidelijkere grondslag om in beperkt openbare archieven bijzondere en strafrechtelijke persoonsgegevens voor gebruik beschikbaar te stellen wanneer iemand daarbij een persoonlijk belang heeft. Het bewaren en beheren van bijzondere persoonsgegevens was op grond van artikel 2a van de Archiefwet al toegestaan, maar het daadwerkelijk verlenen van inzage in dit soort gegevens was juist uitgesloten. De nieuwe regeling doorbreekt dat verbod onder strikte voorwaarden en na een belangenafweging: wat is het persoonlijke belang van de aanvrager, wat zijn de risico’s voor betrokkenen en welke waarborgen kunnen worden getroffen? Ten tweede biedt het wetsvoorstel in uitzonderlijke gevallen de mogelijkheid om bepaalde archieven via internet beschikbaar te stellen, ook als daarin bijzondere persoonsgegevens zijn opgenomen. Dat gebeurt in een aantal stappen. Eerst wordt bij algemene maatregel van bestuur een categorie archieven aangewezen, zoals oorlogsarchieven of archieven met betrekking tot genocide of misdaden tegen de menselijkheid. Daarna kan de minister een concreet archief, zoals het CABR, aanwijzen voor digitale openbaarmaking. De archivaris krijgt vervolgens de taak om privacyrisico’s zo veel mogelijk te beperken. De Raad van State is overwegend positief over het wetsvoorstel. Zij prijst de nieuwe balans tussen openbaarheid en bescherming van persoonsgegevens, maar waarschuwt dat de wet niet ongemerkt een vrijbrief mag worden om ook andere gevoelige archieven online te plaatsen. Daarnaast vraagt de Afdeling nadrukkelijk aandacht voor factoren als tijdsverloop en voor een betere uitwerking van het begrip ‘passende waarborgen’, zodat de archivaris meer handvatten krijgt. Voor de praktijk van de informatie­professional verandert er op dit moment nog niets: het CABR blijft voorlopig een studiezaalarchief met digitale toegang onder voorwaarden. Wel is de richting duidelijk. De wetgever stuurt aan op een “ja, mits”-systematiek, met meer ruimte voor (online) toegang, ook tot archieven met gevoelige gegevens, mits de risico’s voor betrokkenen zorgvuldig worden afgewogen. Of en hoe dit precies in de Archiefwet wordt vastgelegd, is nog aan politiek en wetgever. Intussen zien wij in onze cursussen over de AVG en de Archiefwet dat bij informatieprofessionals één vraag centraal staat: hoe vertaal je deze “ja, mits”-benadering straks naar concrete keuzes in de studiezaal én online? Dat gesprek is nog maar net begonnen.

De advocaten en juristen van Elferink & Kortier Advocaten schrijven hier regelmatig een column over AVG en informatie­beheer. Heeft u een praktijkvraag die u behandeld wilt zien? Stuur deze naar Od@publiekdenken.nl.

Deel dit artikel

Inhoud