Platform BREED
Een terugblik
Tekst Jeroen Jonkers
Jeroen Jonkers is hoofdredacteur Od
Zeventien jaar lang was BREED een vaste plek voor informatieprofessionals met vragen over hun vak. Wie ergens tegenaan liep – van selectielijsten tot zaakgericht werken – kon er terecht voor advies van collega’s uit het hele land. Nu stopt het platform. Daarmee verdwijnt een digitaal kennisnetwerk dat voor duizenden professionals een informele maar invloedrijke rol speelde in de ontwikkeling van de informatiehuishouding binnen gemeenten.
BREED ontstond in 2008 vanuit de behoefte om de samenwerking tussen Brabantse gemeenten op het gebied van informatie- en archiefbeheer te versterken. Noord-Brabant bleek al snel een vruchtbare bodem voor het digitaal uitwisselen van ideeën en ervaringen. Wat begon als een regionaal initiatief, trok algauw professionals uit andere delen van het land aan. In de loop der jaren groeide BREED uit tot een online knooppunt waar nieuws werd gedeeld, vragen werden gesteld en antwoorden gezamenlijk werden gezocht. Kennisdeling werd zo de motor achter verdere professionalisering binnen het vakgebied. Om het netwerk een steviger basis te geven, besloten de initiatiefnemers eind 2014 een stichting op te richten: Stichting BREED, netwerk voor de innovatieve informatieprofessional. In de statuten werd het doel vastgelegd: het bevorderen van kennis- en ervaringsuitwisseling op het gebied van overheidsinformatie. Onafhankelijkheid en openheid stonden daarbij centraal. Iedereen kon deelnemen en alle vakinhoudelijke onderwerpen – groot of klein – konden worden besproken. Eind 2025 telde het netwerk ruim 4400 leden.
Platform uit de praktijk
Samen met Ton de Looijer stond Yvonne Welings aan de basis van BREED. De aanleiding voor het platform kwam voort uit een enquête onder twaalf gemeenten. ‘In die enquête werd gevraagd of er behoefte was aan een platform waarop professionals met elkaar van gedachten konden wisselen,’ vertelt ze. ‘Die behoefte bleek er duidelijk te zijn.’ Welings en De Looijer hadden in die periode al regelmatig contact. ‘We spraken elkaar maandelijks bij het Stadsarchief in ’s-Hertogenbosch voor een soort intercollegiaal overleg. Soms sloten collega’s van andere Brabantse gemeenten aan. In die tijd volgden we ook samen de cursus 23 Archiefdingen. Dat was een geweldige cursus. Daarna heeft mijn collega Luud de Brouwer het platform voor ons ingericht op NING.’ Het aantal deelnemers groeide gestaag. In de beginfase organiseerden de initiatiefnemers ook een fysieke bijeenkomst bij het Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC). ‘Dat was meteen een groot succes,’ aldus Welings.
Platform BREED stopt
Op 4 januari 2026 maakte het bestuur van Breed Netwerk bekend dat het platform wordt beëindigd. De belangrijkste reden is dat het onderliggende systeem (NING) niet langer veilig en technisch up-to-date kan worden gehouden. Pogingen om het platform te upgraden naar een nieuwere versie zouden leiden tot verlies van bestaande blogposts en discussies. Ook het onderbrengen van de content bij andere platforms binnen het vakgebied bleek geen haalbare oplossing. Concreet betekent dit dat sinds januari 2026 geen nieuwe leden zich meer kunnen registreren en dat er geen nieuwe berichten of reacties geplaatst kunnen worden. De website blijft nog online tot 1 maart 2026, zodat leden informatie kunnen downloaden of hun account kunnen opzeggen via info@breednetwerk.nl. Het bestuur sluit niet uit dat er in de toekomst nieuwe manieren ontstaan om de community te ondersteunen.
Tussen archief en informatiebeheer
Welings werkte jarenlang als archivaris voor de gemeente Tilburg en omliggende gemeenten. In haar werk bevond zij zich vaak tussen twee werelden. ‘Ik had eigenlijk altijd een dubbelrol. Als archivaris zat ik zowel bij de archiefdiensten als bij de informatieprofessionals aan tafel. Daardoor was ik in beide netwerken betrokken.’ Via het netwerk van de zogenoemde B5-gemeenten ontmoette zij Marco Klerks, destijds werkzaam bij de gemeente ’s-Hertogenbosch. Samen werkten Tilburg en ’s-Hertogenbosch aan een draaiboek voor een eDepot. Klerks speelde later ook een belangrijke rol bij het draaiend houden van het BREED-netwerk. Vanaf het begin was ook Leon van Oosterom betrokken. Als bestuurslid en specialist op het gebied van zaakgericht werken, digitaliseren en scannen droeg hij bij aan de verdere ontwikkeling van het platform. Van Oosterom werkte eerder voor servicebureaus als Van Buuren en Karmac en is inmiddels al zestien jaar actief vanuit zijn eigen bedrijf. Via hem werd rond 2020 ook Jan-Jaap Fleurke, werkzaam bij GBLT, bij het netwerk betrokken. Hij verzorgde onder meer het functioneel beheer van het platform en het ledenbeheer. Daarnaast stelde hij samen met Welings de maandelijkse nieuwsbrief op en verzorgde hij de verzending daarvan.
Digitale vraagbaak
Opvallend is dat het bestuur van BREED nauwelijks formeel vergaderde. Het onderlinge contact verliep vooral via WhatsApp en e-mail. Slechts eens in de twee jaar ontmoetten de betrokkenen elkaar tijdens een etentje in Utrecht. Volgens Welings stond één principe centraal: vragen moesten beantwoord worden. ‘Bij ons bestonden eigenlijk geen domme vragen. Als wij het antwoord niet wisten, gingen we op zoek naar iemand die het wel wist.’ Voor veel deelnemers fungeerde BREED als een digitale vraagbaak. Dankzij de open structuur en de goede vindbaarheid via zoekmachines kwamen professionals regelmatig via Google bij het platform terecht. Hoewel het netwerk in Noord-Brabant ontstond, groeide het uit tot een landelijk platform. De meeste deelnemers werkten bij gemeenten, maar ook professionals uit commerciële organisaties namen deel. ‘Juist vanuit die groep komt vaak veel expertise,’ zegt Fleurke. ‘Zolang mensen zich niet nadrukkelijk probeerden te verkopen, waren ze altijd welkom.’ Financieel bleef het initiatief grotendeels gebaseerd op vrijwillige inzet. ‘Liefdewerk, oud papier’, zoals Fleurke het omschrijft. De enige structurele sponsor van BREED was Leon van Oosterom met zijn bedrijf Elveo.
Kennis delen als uitgangspunt
Volgens Welings lag de kracht van BREED in het open delen van kennis. ‘Je zag bijvoorbeeld hoe een gemeente haar functionele eisen opstelde, die via BREED deelde. Daarna bouwde een andere gemeente daarop voort en werd het document verder verfijnd. Waarom zou je zulke documenten voor jezelf houden? Als je ze niet deelt, gaan er kennis en kapitaal verloren.’ Binnen het netwerk kwamen veel actuele ontwikkelingen in het vakgebied voorbij. Zo werd regelmatig gediscussieerd over zaakgericht werken, nieuwe selectielijsten en de praktische toepassing daarvan. Ook bredere ontwikkelingen, zoals de beweging rond Common Ground, werden intensief besproken. Volgens Welings is standaardisatie daarbij essentieel. ‘Samenwerkingsverbanden als Equalit en Dimpact laten zien dat het kan: werken aan een gezamenlijke ict-architectuur. Uiteindelijk bepaalt het ict-landschap hoe je je informatiehuishouding inricht, niet meer hoe je de papieren dozen in de kast zet.’ Tegelijkertijd ervaren informatieprofessionals volgens haar dat zij vaak weinig grip hebben op de ict-omgeving. ‘De crux zit in het afdwingen van de eisen die je als opdrachtgever stelt. Alleen blijkt in de praktijk dat leveranciers vaak niet aan alle gewenste eisen kunnen voldoen.’ Fleurke plaatst daarbij een kanttekening. ‘Als je te strenge eisen stelt, bestaat ook de kans dat er simpelweg geen product op de markt is dat daaraan kan voldoen.’
Kleine actieve kern
Hoewel BREED duizenden deelnemers telde, was de actieve groep relatief klein. Volgens Welings is dat typisch voor online communities. ‘Veel mensen lezen graag mee. Regelmatig kreeg ik ook privémails met vragen, terwijl we juist stimuleerden om vragen openbaar te stellen.’ Fleurke benadrukt dat een community als BREED altijd mensen nodig heeft die het gesprek op gang houden. ‘Je hebt aanjagers nodig. Mensen die in hun vrije tijd vragen beantwoorden en nieuws delen. Yvonne was daar een belangrijk voorbeeld van.’ Tot slot spreken Welings en Fleurke de hoop uit dat ontwikkelingen als Common Ground daadwerkelijk bijdragen aan meer grip op de informatiehuishouding. Welings noemt een recente inventarisatie bij een gemeente als illustratief voorbeeld. ‘Er is onderzoek gedaan naar de kernapplicaties om te kijken of ze voldoen aan de DUTO-eisen. Uiteindelijk bleken slechts twee applicaties daaraan te voldoen. Zolang dat zo blijft, is DUTO in de praktijk nog een wassen neus.’