
Tekst André Plat
André Plat is voormalig redactielid Od
Tijd voor beweging
Natuurlijk zijn we druk en professioneel bezig met het beheren van documenten. Zowel papier/perkament als digitaal ontstane documenten worden professioneel door ons beheerd. Martijn Aslander stelt ons voor de uitdaging om documentbeheer ‘passend’ vorm te geven (te ontwerpen) en uit te (laten) voeren.
Kern van Aslanders betoog, in december 2025 in dit blad: het beheren van documenten is niet vol te houden. Hij houdt een pleidooi om afscheid te nemen van Word en de opslag van documenten in een ander formaat te doen. Ik heb, en met mij vele collega’s, sympathie met Aslander en zijn betoog. Wat mij bezighoudt is de vraag: hoe dan? Opvallend is dat Aslander steeds weer met een duizelingwekkend tempo komt met nieuwe – vaak tijdelijke – technische hulpmiddelen die ons kantoorwerk (vooral) gemakkelijker maken. Hij doet dat als techfilosoof, met een zeer losse en aanstekelijke stijl.
Meer lef, minder systemen
Zijn call to action is dat wij als vakgebied meer durf, lef en ruimte moeten nemen om het beheer van documenten anders vorm te geven: experimenteren met nieuwe technieken, en vooral door niet nog een systeem in te brengen, maar door terug te keren naar eenvoud, transparantie en open standaarden. Het zal ruim tien jaar geleden zijn dat ik binnen het Nationaal Archief heb gevraagd om een update, of liever een remake, van database-archivering, zoals dat in 2004 is uitgekomen in het kader van de publicatie Digitale duurzaamheid. Met enige vertraging heb ik begrepen dat daar inmiddels aan gewerkt wordt. Kortom: die call to action van Aslander appelleert aan een al bekend voornemen. In de nieuwe Archiefwet wordt de definitie van het document bovendien opgerekt tot een breder begrip. Voor de rechthebbende, belanghebbende en gebruiker van informatie, en zeker ook voor de producent van informatie, heb ik een oplossingsrichting in gedachte. We hebben wetgeving, beleid en instrumenten om de samenleving te bewegen, te stabiliseren of te corrigeren: spelregels. Daarnaast hebben we dingen/objecten en mensen/instellingen/subjecten. Al bij SOD 1 heb ik in de jaren zeventig geleerd dat we bij dossiervorming werken met gezichtspunt, handeling (taak), object/subject, plaats en tijd. Dat was nodig om de ongestructureerde informatie die in een document was vervat te ontsluiten. Feitelijk realiseerde ik mij toen al dat de combinatie van gegevens eerder in het proces aanwezig was, en pas later werd vastgelegd in een document. Het verbaast mij dat we, zoveel jaren na de invoering van basis- en kernregistraties, nog steeds zo weinig hergebruik maken van de systemen die we al in huis hebben. In plaats daarvan leggen we ons DMS op aan de uitvoering en dwingen we tot dubbel werk. We kunnen er ook gewoon tussenuit. Laat het primaire systeem ook de archieffuncties realiseren. Die mogelijkheid hebben we al decennia, mits zorgdragers, beheerders, uitvoerders en toezichthouders op informatie beter met elkaar worden verbonden. Zeker in een tijdperk waarin we privacy, informatiebeveiliging, archivering en openbaarheid met inzet van techniek opnieuw kunnen ontwerpen en technisch ondersteunen, ben ik het van harte eens met Aslander.
Werkende oplossingen
Als ik nu bijvoorbeeld op KIA kijk naar database-archivering, dan lijkt – met uitzondering van de selectielijst gemeenten (VHIC) en beleid in ontwikkeling bij de Standaardisatieraad – de tijd nog erg stil te staan. Inspiratie kan worden getrokken uit de verschillende overheidsarchitecturen, DUTO en de Handreiking archivering in de informatieketen. KIA en het programma Informatiehuishouding lijken mij bij uitstek plekken om hier als vakgebied met elkaar van gedachten te wisselen, experimenten te doen, resultaten en ervaringen te delen en te komen tot passende en werkende oplossingen.